Stagiaire in de zorg

10 juli 2022




In het nieuws vanochtend: “stagiairs worden ingezet als goedkope (lees) gratis arbeidskrachten."

Tja, in de zorg en onderwijs was dit in mijn tijd al. Hoe zwaarder het beroep, des te minder geld is er. Je doet het maar “uit passie” is de gedachte. Rijk in financiële zin ben ik er niet van geworden. 


Wel heb ik in de zorg de nodige levenservaring opgedaan die mij goed van pas kwam tijdens de schoolstage. Je leert relativeren door de nederigheid van je beroep en kwetsbaarheid van de mens.


Op de opleiding leerde ik hoe bedlegerige te verzorgen, een bed te verschonen met iemand erin en het wassen van een bewoner. Wij oefenden voor dit laatste op poppen 'Harry en Truus met de verwisselbare geslachtsdelen.' Je kon kleine Harry aan z’n staart oppakken en “PLOP!” het hele geslachtsdeel kwam eruit. Bij Truus ging dat minder vlotjes. 
De docente gaf ons een gouden tip tijdens het wassen van mannen:


“denk eraan… wat gaat staan, gaat ook weer liggen.”


Dit bleek zo te zijn. Als verpleegster was ik grondig. Daar was geen halfhartige poging tot staande ovatie tegen op ”gewassen.” Leuke momenten waren er ook toen ik als 16 jarige een man waste, hij omlaag keek en zei “hij is in de oorlog eraf geschoten.” Ik had meer het idee dat junior verlegen was, maar wat wist ik er nou van?


Tijdens de stage werd mijn curriculum verder uitgebreid met toiletbezoek verschoning.  Mijn kettlebell oefening was een volle incontinentiemat! Verder taken als het geven (niet voeren!) van eten, bed klaar maken van bewoners, kunstgebitten poetsen, verschonen van een stoma middels het “kaasplakje”, met als toefje op de taart het leegmaken van het sputum bakje. Vind je het rochelend geluid al ‘gatver’, probeer dan zonder kokhalzen de blubber uit de bakjes te vegen.


Op feestdagen moest ik werken en bij een nachtdienst stond ik alleen op de afdeling (mocht niet, gebeurde wel). Op Kerstdag 1990 moest ik een vloekende non tot bedaren brengen en een andere bewoner, waarvan de geest dwaalde in oorlogstijd op afstand houden. De arme man registreerde de vastgebonden non in de huisstoel niet en zwaaide gevaarlijk met zijn wandelstok. 
Feestelijk werd het tijdens de maaltijd toen de rode kool en aardappelpuree als een waterval over menig slabber, blouse, broek, schoenen en vloer ging. Wie moest dit weer opruimen?


Eén nachtdienst werd spannend toen een bewoner een ander naar de keel greep en optilde tegen de muur. Ik was alleen en overblufte mijzelf door hem vermanend als een kind toe te spreken en hem naar zijn kamer te sturen. Bij deze lieverd waren de dementie boeken in de tijd omgevallen naar zijn kinderperiode. Het werkte. Hij liet los en vertrok. Terwijl ik de andere man terug naar zijn kamer begeleidde zag ik vanuit mijn ooghoek dat er eentje uit bed ontsnapt was en de kamerplant bewaterde met een goudgele straal. Kortom, heerlijke tijden.  


Bovenal ben ik een specifieke begeleidster met gitzwart haar en geverfde lippen nooit vergeten. Ik mocht van haar alle vervelende klusjes opknappen. Toen de pieper af ging en het nummer van een notoire bewoner zichtbaar was, ging zij pauze houden. Met een zucht schraapte ik mijn moed bij elkaar. Voor de liftdeuren dichtgingen keek ze mij aan en beet mij toe “denk eraan, je bent mààr een stagiaire hė?”


Was ik in die tijd jaloers op mijn broer die betaald stage liep in een elektronica winkel? Jazeker! Maar toch heb ik er niet lang bij stil gestaan.


Levenservaring is onbetaalbaar.


Ik leerde ook hoe stagiaires tijdens mijn onderwijsperiodes vooral niet te behandelen.


Het krijtbord veegde ik zelf wel uit.


Na het afvegen van vele derrieres was dat namelijk een peulenschilletje.




Alle columns lezen?

Wil je alle columns van Tante Doelia lezen? Klik dan op onderstaande button.

Alle columns

Alle gedichten lezen?

Wil je alle gedichten lezen? Klik dan op onderstaande button.

Alle gedichten