Drie dagen in de Zorgfabriek (dubbele column)

Voorafgaan de ingreep op donderdag is op woensdag de opname voor een bloedtransfusie in het MUCM. Voor de zekerheid bel ik het Laurentius voor de bloedwaardes. Gelukkig vallen de waardes mee en is een bloedtransfusie in Maastricht niet nodig. Waarom niemand ons dan gebeld heeft kan niet uitgelegd worden. Wat nu te doen ook niet. Blijkbaar moet ik als leek bellen en afstemmen met het MUMC. Met Maastricht wordt een later tijdstip voor opname afgesproken, "wij geven dit door aan de afdeling mevrouw." Twee uur later krijgen we een telefoontje van het MUMC "waar blijft u?"
Aangekomen in Maastricht moet bloed afgenomen worden. De dag van te voren zijn reeds 7 buisjes afgenomen door Roermond voor dezelfde waardes ten behoeve van de opname. Echter is hier geen sprake van communicerende vaten, dus heeft Maastricht geen gegevens. Opvragen doen ze niet, dus bel ik naar Roermond, vraag de gegevens op en mail ze door naar de specialist in Maastricht.
Echter had ik net zo goed een kilo bananen kunnen bestellen. Maastricht neemt geen genoegen met de uitslagen van Roermond. Wederom moeten er eerst vijf buisjes bloed worden afgenomen, of nee, toch drie, of nee toch vijf. Drie buisjes worden gevuld en om half drie 's nachts wordt mijn moeder gewekt voor de resterende twee buisjes. Het komt zich niet op een buisje bij een patiënt met zeer ernstige bloedarmoede. "Mocht er vandaag bij ons lagere waardes uitkomen dan doen we tòch een bloedtransfusie vòòr de ingreep om risico's te verminderen." Volgens de specialist is de gezondheidstoestand namelijk zeer zorgwekkend.
De volgende dag wordt nà de ingreep een unit bloed aan het infuus gehangen. Wat maakt het ook uit, nietwaar? Een bleek en kwetsbaar hoopje mensch ligt in bed, mentaal versuft van de narcose en fysiek in pijn. Een blonde verpleegkundige komt aan het bed: "mevrouw, gaat u vandaag naar huis?" Mijn moeder geeft aan zich niet goed te voelen. Blondie: "ik moet het wel nù weten of u naar huis gaat!" Ik zeg: "ik neem haar in deze toestand niet mee naar huis." Mijn ogen schieten vuur!
De verpleegkundige draait zich om en zegt kortaf "ik hoor het wel als u zich bedenkt."
De opdracht voor het avondeten is vloeibaar. De dame vraagt: "wilt u een kop bouillon met beschuit?" Mijn moeder geeft aan dat ze alleen heldere vloeistoffen mag hebben. De dame weet het beter. "Wij hebben gehoord dat u ook aardappelpuree mag hebben en appelmoes." Mijn moeder herhaald wat de arts vanmorgen heeft gezegd en zegt dat ze misselijk is. Graag alleen een kopje bouillon en thee alstublieft.
De dame geeft niet op. "We hebben het nagevraagd en u mag dit wel. Wilt u anders pudding?"
Met een zucht plak ik nieuwe vuurpijlen in mijn ogen en geef aan dat de arts duidelijk was vanochtend. Opbouwen van water, thee naar melk, naar yoghurt naar aardappelpuree. Alleen bouillon en een kopje thee graag. De bouillon werd neergezet. De thee werd vergeten.
Gefrustreerd loop ik naar beneden om thee te halen in de kantine en het bestelde medicatiepakket bij de apotheek. Gisteren met spoed doorgegeven door de specialist.
De assistente kijkt mij aan, tikt in de computer en bladert door de pakjes achter haar.
Ze kijkt op het lege mapje, waarop een rood en geel velletje geplakt. Op beiden staat 'spoed, wordt 09/02 opgehaald.'
Drie uitroeptekens erachter.
Geïrriteerd draait ze zich om naar een collega "je zou toch denken dat dit duidelijk genoeg is! Er staat op dat de patiënt het vandààg komt ophalen!" Ze kijkt mij aan "excuses, iemand heeft niet opgelet, u kunt morgen..."
Mijn blik zegt echter genoeg. Jullie fout, jullie oplossing. Beloofd wordt dat het die avond nog naar de afdeling gebracht wordt. Ik vraag of het ook echt goed komt? "Niets persoonlijks, maar er is al veel mis gegaan gisteren en vandaag." "Het komt goed", verzekerd ze met een lach. Niet helemaal gerustgesteld loop ik naar de kantine voor een belachelijk duur slurpje thee.
Terug op de kamer staat een grote papieren tas van de apotheek op het nachtkastje.
Gelukkig. Gebracht. Geregeld. Voor de zekerheid check ik de tas waar een verpleegkundige bij staat en zie dat er iets cruciaals ontbreekt. Op naar de apotheek. Dezelfde vrouw slaat haar hand voor de mond en begint te lachen. Excuses, het wordt 's avonds nog geleverd op de afdeling.
De volgende ochtend, op de ontslagdag, wordt mijn moeder alleen op een krukje in de douche gedumpt, zonder verschoning, zonder hulp. Ze is zwakjes en duizelig, maar de verpleegster hanteert het argument "u moet dit thuis ook zelf doen!" Dit is echter niet zo en daarnaast "waar krijg jij voor betaald slecht invoelende theemuts?!" Het is maar goed dat ik er niet bij ben en wapenbezit verboden is in Nederland.
Gedurende de hele ochtend ontvang ik in totaal twaalf telefoontjes over zaken die geregeld hadden moeten zijn, maar niet zijn. De apotheek is haar belofte niet nagekomen en heeft niets geleverd gisteravond. De verpleegkundige: "de apotheek weet van niks. Ze hebben u de tas meegegeven. Daar moet het in zitten." Buiten het feit dat het pakket geleverd is door hèn, ben ik na vele telefoontjes klaar met de verantwoordelijkheid van hèn die bij òns wordt neergelegd.
"Mijn moeder vertrekt niet zonder het onderdeel, anders hebben wij een groot probleem tijdens het weekend! Dit medicijn is verdorie letterlijk een zaak van leven op dood." Ik hoor later van mijn moeder dat de verpleegkundige de telefoon een paar centimeter van haar oor heeft gehouden.
Zowel de apotheek als de verpleegster weten niet waar ik het over heb. Kan ik misschien een foto doorsturen?
In de voorbereiding van vertrek naar huis vragen we (ik hang nog aan de lijn) naar de ontslagpapieren en ontbrekende tabletten van vanochtend (nog zoiets). De verpleegster " ik schrijf het strakjes op papier en voeg deze toe aan de ontslagformulieren." Ik vraag welke tabletten het zijn, "voor het geval het mis gaat." Nee, het gaat niet mis verzekert ze. Het wordt opgeschreven.
Prima, maar staat de nieuwe medicatie dan wel op de lijst of is er een recept? De verpleegster checkt de computer "weet u de naam? O ja, dat heeft uw moeder gisteravond en vanochtend al gehad." Overigens waren ze vergeten dit aan mijn moeder te vertellen, waardoor ze na de ingreep last had van "onverklaarbare" symptomen.
Vlak voor het naar huis gaan belt moeders "jij hebt de ontslagpapieren zegt de verpleegkundige?" Verbaasd zeg ik dat ik deze niet heb. "Die heeft de arts gisteren ingevuld en aan jou meegegeven zeggen ze hier."
"Nondedju! Ik heb niks! Heeft u wel het geschreven papiertje met de ontbrekende tabletten erop?"
Natuurlijk niet. Moeder moet vanuit de parkeergarage terug naar de afdeling.
Daar weten ze van niets. De lijn is open en ik hoor een andere verpleegkundige zeggen "mevrouw, ik heb geen idee wat u bedoelt. Doris? O die is nèt met lunchpauze gegaan. U zult op haar moeten wachten, want ik weet hier niets van af. De lunchpauze is over driekwartier afgelopen."
Driekwartier in een pijnlijke zithouding.
Op de Iphone ontvang ik een melding via de mail. De zorgvuldig geplande vervolgafspraken met de specialist zijn verzet naar dagen dat ik moet werken. De planning zit er niet mee: "wij kunnen geen rekening houden met uw werk. De patiënt moet zelf voor vervoer zorgen." Nijdig pareer ik "de patiënt hèèft het vervoer goed geregeld, maar jùllie gooien alles om!"
Stilte aan de andere kant. Ik word doorverbonden. Een uiterst vriendelijke vrouw biedt haar excuses aan "iemand bij ons heeft een fout gemaakt." Een nieuwe afspraak wordt gemaakt. Een half uur later hang ik dankbaar op voor de individuele lichtpuntjes in de massaliteit.
De misère is echter nog niet voorbij. 's Avonds zie ik dat het recept van het nieuwe medicijn ontbreekt niet bij de ontslagpapieren zit en het is vrijdagavond!
Welke review het MUMC van ons krijgt? Raad eens?
Disclaimer: deze column is niet gericht aan alle liefdevolle, hardwerkende, betrokken verpleegkundigen en specialisten. Overwerkt en onderbetaald heb ik oprecht met jullie te doen.
Alle columns lezen?
Wil je alle columns van Tante Doelia lezen? Klik dan op onderstaande button.
Alle gedichten lezen?
Wil je alle gedichten lezen? Klik dan op onderstaande button.